HELDEN

1

periode

Heroes

David Bowie

I, I will be king
And you, you will be queen
Though nothing will drive them away
We can beat them, just for one day
We can be Heroes, just for one day

And you, you can be mean
And I, I'll drink all the time
'Cause we're lovers, and that is a fact
Yes we're lovers, and that is that

Though nothing, will keep us together
We could steal time,
just for one day
We can be Heroes, for ever and ever
What d'you say?

I, I wish you could swim
Like the dolphins, like dolphins can swim
Though nothing,
nothing will keep us together
We can beat them, for ever and ever
Oh we can be Heroes,
just for one day

I, I will be king
And you, you will be queen
Though nothing will drive them away
We can be Heroes, just for one day
We can be us, just for one day

I, I can remember (I remember)
Standing, by the wall (by the wall)
And the guns shot above our heads
(over our heads)
And we kissed,
as though nothing could fall
(nothing could fall)
And the shame was on the other side
Oh we can beat them, for ever and ever
Then we could be Heroes,
just for one day

We can be Heroes
We can be Heroes
We can be Heroes
Just for one day
We can be Heroes

We're nothing, and nothing will help us
Maybe we're lying,
then you better not stay
But we could be safer,
just for one day

Oh-oh-oh-ohh, oh-oh-oh-ohh,
just for one day

 

Songwriters: Brian Peter George Eno / David Bowie

Songteksten voor Heroes © Universal Music Publishing Group, Sony/ATV Music Publishing LLC

Fotografie

 

                                                                                     

 

Je maakt een foto. Met een camera maak je een beeld. Met dat beeld vertel je onherroepelijk een verhaal. Of je wilt of niet. Het beeld vertelt iets, roept een emotie op. Wat staat er op? Wanneer is de foto genomen? Is het een close-up? Wat doet het met je? Waarom nam je die foto? Als de foto in een tijdschrift zou staan waarin je bladert, blijf je dan even kijken? Waarom? Je maakt een foto! Daarmee maak je keuzes, ook als je besluit om 'per ongeluk' een foto te maken. Bewust of bij toeval, je hebt altijd te maken met kader, camerastandpunt, scherpte, belichting, compositie.

Wat je leert in de ene opdracht moet je ook weer gebruiken in de volgende, dus de foto’s worden steeds beter, als je het goed toepast.

 

Alle foto's van onderstaande opdrachten maken deel uit van je kunstdossier. Bewaar ze goed en upload ze in een word-bestand. Zorg dat je dit bestand iedere les kan laten zien. Als je slim bent, voeg je de foto's direct toe aan je online kunstdossier. 

     1. Kader

 

Is een foto staand of liggend? Is het een close-up waar alleen een gezicht op staat? Of een totaal, met de hele persoon? Wat zie je maar half? Met een foto kies je wat je wèl en niet laat zien. Wanneer je door je camera kijkt, krijg je een uitsnede te zien van dat wat je voor je ziet. Sommige dingen vallen binnen je schermpje, andere daarbuiten. Door je camera te bewegen (te draaien) en in-en-uit te zoomen kies je het kader van je foto. Op de afbeeldingen zie je hetzelfde onderwerp, maar steeds binnen een ander kader gefotografeerd.

 

  • Bij een totaalshot zie je het totaalbeeld. Als je een persoon fotografeert, staat het hele lijf op de foto.

  • Bij een mediumshot wordt een beetje ingezoomd, zodat het onderwerp maar gedeeltelijk in beeld komt. Het onderwerp wordt dus afgesneden door de randen van het kader.

  • Bij een close up wordt een bepaald deel van het onderwerp heel erg sterk naar voren gehaald. De rest van de omgeving wordt genegeerd en alleen het onderwerp wordt sterk ingezoomd in beeld gebracht.

 

Opdracht 1:  Fotografeer je naam of een ander woord, minstens 5 letters.

Kijk rond in je huis, in de omgeving en op andere plaatsen. In verschillende voorwerpen kun je letters ontdekken. Je moet dan waarschijnlijk wel onderdelen van die voorwerpen nemen. Zoom in op het betreffende detail, kies het juiste kader om op jouw foto een letter te krijgen. Zo maak je een woord van tenminste 5 letters. 

Schuttingwoorden zijn verboden. Ook het fotograferen van bestaande letters is niet toegestaan. 

2. Camerastandpunt

 

Het camerastandpunt is de plek waar jij als fotograaf staat tegenover het onderwerp dat je wilt fotograferen. Er zijn drie soorten standpunten te onderscheiden:

 

  • Ooghoogte: je plaatst je de camera op dezelfde hoogte als het onderwerp dat je fotografeert.

  • Vogel(vlucht)perspectief: je plaatst je camera hoger dan het onderwerp dat je fotografeert. Je kijkt dan neer op je onderwerp. Je kunt dit standpunt bijvoorbeeld kiezen wanneer je het onderwerp kleiner wilt laten lijken.

  • Kikvorsperspectief: je plaatst de camera lager dan het onderwerp dat je fotografeert. Je kijkt dan tegen je onderwerp op. Dingen die klein zijn, kun je op deze manier groter doen laten lijken.

Opdracht 2:  Je favoriete plekje

 

Maak minimaal acht foto’s van jouw favoriete gadgets en/of (hang-)plekken in je omgeving, waarbij je bewust bezig bent met het kiezen van een interessant camerastandpunt.

Gebruik ook de ervaring die je inmiddels opgedaan hebt met het kiezen van een interessant kader. Met andere woorden: je favoriete plek hoeft er niet perse in zijn geheel op te staan. Misschien maak je wel een close-up van bovenaf. Of een mediumshot vanuit kikvorsperspectief. Experimenteren dus! 

 

3. Scherpte

 

Scherp is dat deel van de foto dat je helder ziet (de afgebeelde dingen zijn dan duidelijk van elkaar te onderscheiden). Bij onscherpte gaan de afgebeelde dingen haast ongemerkt in elkaar over. Een foto kan ook helemaal scherp zijn of helemaal niet. Je kunt kiezen wat je scherp stelt.

 

Bewegingsonscherpte

Behalve dat het per ongeluk kan gebeuren dat een foto onscherp wordt door beweging, kan bewegingsonscherpte ook bewust worden toegepast. Het kan namelijk zorgen voor extra dynamiek in een foto. Bewegingsonscherpte kan ontstaan doordat het onderwerp beweegt. Dit kun je bijvoorbeeld toepassen bij sportfotografie of bij dieren in beweging. 

Opdracht 3: 

Maak minimaal acht foto’s van waarin scherpte en beweging centraal staat. Ga hierbij na wanneer jij en je vrienden in beweging is; op de fiets naar school, tijdens je favoriete sport of hobby? Experimenteer met bewegingsonscherpte. 

Heb je een digitale camera? Experimenteer dan met scherpte diepte

 

Om het scherp te stellen onderdeel heen, zit vaak een ruimte die ook scherp wordt op de foto. Deze ruimte heet scherptediepte. Je kunt de grootte hiervan bepalen met behulp van het diafragma. Een klein diafragmagetal zorgt voor een kleine scherptediepte, een groot diafragmagetal voor een grote. De meeste digitale camera’s stellen automatisch scherp, dus om echt met scherptediepte te kunnen spelen, moet je zelf handmatig ingrijpen. Bij sommige digitale camera’s kun je de macrostand gebruiken om met scherptediepte te spelen. Mocht je hiermee gaan experimenteren, fotograaf dan een stilstaand beeld, bijvoorbeeld je favoriete eten of gadgets. 

 

4. Licht

Behalve het kader, het camerastandpunt en de scherpte, speelt ook licht een belangrijke rol bij het maken van een foto.

  • Gebruik je natuurlijk licht of kunstlicht?

  • Of werk je met flitser?

  • Is het licht hard of zacht?

  • En van welke richting komt het licht? Mogelijkheden van lichtinval: 

    • Licht van boven: als het licht van boven op het onderwerp valt, zoals in de zomer midden op een zonnige dag, dan krijg je vaak geen mooie foto's. De schaduwen zijn kort en donker en de foto wordt vlak zonder driedimensionale effecten. Mensen krijgen als het licht van boven komt lelijke schaduwen onder de ogen en de kin.

    • Frontaal licht: Er is sprake van frontaal licht als de lichtbron (bijv. de zon) zich achter de fotograaf bevindt. Het onderwerp wordt dan vanaf de voorkant belicht. Frontaal licht levert vaak teleurstellende foto's op. Dit komt door het ontbreken van schaduwwerking (de schaduw bevindt zich achter het onderwerp) krijg je een vlak beeld. Daar komt nog bij dat mensen die tegen de zon in kijken de neiging hebben hun ogen dicht te knijpen.

    • Zijlicht: Bij het maken van portretfoto's levert zijlicht meestal geen mooie foto's op. Maar verder kun je met zijlicht vaak mooie foto's maken. Doordat het onderwerp van de zijkant belicht wordt, ontstaat er een schaduwwerking die zorgt voor diepte in de foto.

    • Strijklicht: Strijklicht is licht dat alleen van de zijkant op een onderwerp schijnt. Het ‘strijkt’ als het ware langs het onderwerp, waardoor alle oneffenheden extra geaccentueerd worden. Dit zorgt voor een hele duidelijk weergave van de structuur.

    • Tegenlicht: Tegenlicht ontstaat als er in de richting van de lichtbron (vaak de zon) wordt gefotografeerd. Je kunt dat o.a. doen om een silhouet te krijgen zoals bij het fotograferen van een zonsondergang. Soms ontstaat er zelfs een stralenkrans van licht om het onderwerp heen. (Half) doorzichtige onderwerpen (zoals bladeren aan een boom) krijgen bij tegenlicht vaak een bijzondere glans.Door tegenlicht ontstaat een silhouet.

 

Opdracht 4: 

 

Maak minimaal acht foto’s van waarin belichting centraal staat. Je moet ten minste drie van bovenstaande lichtinvallen terug laten komen. 

Uitdaging nodig? 

a. Rembrandt in de 21e eeuw

Maak minimaal vier groepsportretten van je gezin of je vriendengroep. Benadruk één of enkele personen door te spelen met de belichting. Je kunt bijvoorbeeld enkele mensen extra in het licht zetten, of anderen in het donker. Bepaal zelf wat voor lichtbron je gebruikt, maar zorg ervoor dat hij sterk genoeg is om het verschil in licht en donker goed te laten overkomen.

Dit mág een groepsopdracht zijn voor vier of vijf personen.

b:  Silhouet

Maak minimaal vier foto’s met daarin een silhouet. Dit silhouet hoeft niet persé een persoon te zijn. Bedenk dat de foto interessant moet zijn om naar te kijken. Zorg er dus voor dat datgene wat je hiervoor geleerd hebt ook in deze foto te zien is: kader, compositie, scherpte, licht.

 5. Compositie

Compositie gaat over de vlakverdeling  in een foto. Zoals eerder benoemt; een foto vertelt een verhaal; een verhaal waarin alles met elkaar samenhangt. Een gestreepte handdoek, winkelende mensen op de achtergrond of voorgrond, een stopcontact in de muur… alles in beeld heeft invloed op de compositie en het verhaal dat je vertelt. De compositie leidt je als het ware door de foto heen.

 

Denk aan de verdeling van de lijnen, vlakken en kleuren in het beeld: waar plaats je wat in het beeldvlak en hoe zorg je voor een 'spannend' geheel? Het geeft de kijkrichting aan en bepaalt wat je eerst ziet en wat later (wanneer je langer kijkt).

Voorbeelden van composities

Er zijn enkele trucs waar je gebruik van kunt maken:

  • Diagonalen of schuine richtingen in je foto maken het beeld vaak sterker . Diagonalen maken je beeld vaak levendiger; minder statisch.

  • Perspectivische lijnen hebben invloed op de vlakverdeling en de kijkrichting.

  • Asymmetrie is vaak spannender dan symmetrie.

  • Afsnijding en overlapping zorgen voor een ruimtelijk effect.

Opdracht 5:  Rust en dynamiek

Maak minimaal vier foto’s met een rustige compositie en minimaal vier foto's met een dynamische compositie. Neem een onderwerp dat je aanspreekt, zoals je favoriete sport, muziek, landschap of andere hobby. Kijk verder dan je eigen woning. 

 6. Diepte

Hoewel een foto zelf altijd tweedimensionaal is, kun je toch op verschillende manieren diepte suggereren. Een aantal aspecten zijn we al tegengekomen bij het onderdeel ‘compositie’.

  • Perspectivische lijnen: Door gebruik te maken van perspectivische lijnen wordt je beeld ruimtelijker.

  • Afsnijding en overlapping

  • Groot en klein: Door voorwerpen/personen groot op de voorgrond in beeld te brengen en voorwerpen/personen op de achtergrond juist klein, krijg je meer diepte in je foto.

Opdracht 6:  Je woonplaats

 

Maak minimaal vier foto’s waarin diepte centraal staat. Neem al je voorkennis, met name compositie, hierin mee. 

 

Uitdaging nodig?

a. Maak foto's van je woonplaats, waarbij je probeert diepte te creëren in je foto‘s. De foto’s moeten als het ware een visitekaartje zijn voor jouw woonplaats. Stel je voor dat je foto’s moet maken voor een vvv-folder over jouw woonplaats.

Fotografie

Over theorie en praktijk ter voorbereiding op de praktische opdracht

Verdieping 1

Dans

Over de voorstellingen van christina de Chatel van allerdaagse helden

Verdieping 2

Muziek

Songs over helden

Verdieping 3

Theater

Over helden in de theatergeschiedenis

Dans

 

Dans

 

Mensen hebben altijd en overal gedanst. De eerste dansen kwamen waarschijnlijk voort uit godsdienstige ceremonieën, maar al gauw was er sprake van voorstellingen waar toeschouwers naar kwamen kijken. Die rituele oorsprong is nog het best te zien in de voorstellingen van Aziatische en Afrikaanse dansgroepen. Daarnaast hebben mensen ook altijd gedanst om zich te ontspannen. In een aantal landen is de volksdans nog steeds populair. In West-Europa heeft de kerk eeuwenlang de dans als zondig veroordeeld. De grote bloei van het ballet begint in de 16e en 17e eeuw aan de Europese hoven en in de opera. Na de tweede wereldoorlog komt het ballet in ons land in een stroomversnelling. Nederland behoort wat de dans betreft tot de toonaangevende landen. Enkele bekende grote gezelschappen zijn het Nederlands danstheater, het Nationale Ballet, Introdans en het Scapino Ballet Rotterdam. Daarnaast bestaat een aantal uitstekende kleinere gezelschappen, die vaak experimenteren met nieuwe vormen. Een van de bekendste is de dansgroep Krisztina de Châtel. Daar gaan we in de komende lessen een aantal voorbeelden van zien.

Meer informatie over dans:

  • Informatieboek Palet (aanwezig op school) blz 29 t/m 32

  • www.dansmagazine.nl voor alle dansgezelschappen en recente voorstellingen

  • http://danstijd.slo.nl voor dansgeschiedenis

  • Bovengenoemde dansgezelschappen hebben allemaal een website met ontzettend veel informatie rondom dans.

  • Ism het Parktheater bieden we dansvoorstellingen aan die je onder begeleiding van school kunt bezoeken. Meer informatie hierover kun je opvragen bij je ckv docent en volgt in de les.

  • In december zijn er in Eindhoven de Urban Dance dagen. Je betaald 15.00 euro voor weekend ticket en krijgt extra kortingen met je CJP pas

 

 

Opdracht (individueel):

 

Ga naar de site van de hongaarse choreografe Krisztina de Châtel. Neus eens rond op de site en lees over de choreografe, haar achtergrond en haar voorstellingen. Bezoek vervolgens het archief en zoek de voorstellingen Lara (1998) en Zooi (2005). Verdiep je in de voorstellingen d.m.v. de informatie op de website en bekijk een stukje video van de voorstelling via youtube (Lara) (Zooi).

Lees vervolgens de volgende artikelen:

- Column Jos van der Lans - DANS – nr. 4 / september 2005 Ode aan vuilnismannen

- Artikel uit TROUW door Sander Hiskemuller uit 2005

- Artikel uit de Volkskrant door henk van Renssen over Lara Croft uit 1995

Beantwoordt de volgende vragen:

1. Op welke manier zijn deze choreografieën vernieuwend en wat maakt ze kenmerkend voor choreografe de Chatel?

2. De 2 voorstellingen zijn typische voorbeelden van de zogenaamde massacultuur. De voorstellingen combineren twee werelden, zoals ook beschreven in de column van Jos van der Lans. Beschrijf voor beide voorstellingen welke 'werelden' er gecombineerd worden.

3. Op welke manier heeft de choreografe de vuilnismannen voor haar dansvoorstelling aangetrokken?

4. Beide voorstellingen en bijbehorende artikelen zijn nogal gedateerd..toch zie je nu talloze games waarop je een dans zou kunnen baseren of waar zelf dans(passen) uit is ontstaan. Geef een voorbeeld van zo'n game.

Werk opdrachten (groepje):

Maak een keuze uit één van de twee onderstaande opdrachten.

  1. Zoek in bovenstaande informatiebronnen(met name op de site danstijd: dansapedia) 3 danssoorten en maak een powerpoint presentatie van ongeveer 5 minuten waarin je de danssoorten presenteert (met geschiedenis, kenmerken, belangrijkste vertegenwoordigers en voldoende beeldmateriaal liefst video).

   2. Maak een eigen choreografie met thema helden. De dans mag geïnspireerd zijn op jouw/jullie persoonlijke held of een nationale of internationale held (denk hierbij aan sport, politiek, film etc). Uitwerking van de choreografie kan op verschillende manieren: collage, notatie, fotosequentie, dansuitvoering (live of opgenomen) door jezelf of vrienden…

Theater

 

Markante data uit de theatergeschiedenis op een rij uit de theaterencyclopedie:

1638: Eerste schouwburg opent met Vondels Gijsbreght

1707: Kloris, Roosje en een Nieuwjaarswens met zang en dans

1805: Polly Cuninghame gelauwerd. Bloei van de Nederlandse dans

1827: Johannes Jelgerhuis publiceert een boek over acteren

1880: Louis Bouwmeester schittert als Shylock in Shakespeare’s De koopman van Venetië

1883: Oprichting van de Wagner-Vereeniging

1887: Oscar Carré opent een circustheater aan de Amstel

1893: Jan Klaassen en Katrijn (bijna) dagelijks op de Dam

1900: Première van Op hoop van zegen van Herman Heijermans

1907: De Elckerlyc van Verkade en Royaards

1917: Jean-Louis Pisuisse zingt Mensch durf te leven

1920: De Jantjes, een volksschets met zang en dans

1935: Intellectueel Menno ter Braak roemt revuester Buziau

1936: Yvonne Georgi begint een dansgezelschap

1943: 'Het grijze boekje'. Een ontwerp voor het toneel na de oorlog

1945: Het Scapino Ballet: dansvoorstellingen voor de jeugd

1948: Eerste editie van het Holland Festival

1954: Sonia Gaskell krijgt rijkssubsidie voor een balletgezelschap

1955: Ton Lutz regisseert Een bruid in de morgen van Hugo Claus

1955: Toon Hermans presenteert Voor u Eva, de eerste one-man show

1957: Bredero’s Moortje, vormgegeven door Nicolaas Wijnberg

1958: Toni Boltini contracteert de amazone Valesca Wilke

1961: Feike Boschma tovert met lapjes op de textielbeurs

1961: Ida Wasserman jubileert in Tsjechovs De Kersentuin

1962: Een nieuwe zaal voor Toneelgroep Studio

1964: Koert Stuyf brengt radicale dansvernieuwing

1964: Ramses Shaffy zingt: Shaffy Chantant

1965: Heerlijk duurt het langst van het duo Schmidt en Bannink

1965: Frits Vogels opent een school voor bewegingstheater

1966: Relderelderel: succes en kamervragen voor cabaretgroep Lurelei

1967: New Yorkse avant-garde in Ritsaert ten Cates Mickerytheater

1969: Aktie Tomaat! Het Nederlands toneelbestel gaat op de schop

1970: Het Werkteater: een nieuwe manier van theater maken

1973: Hans van Manen als huischoreograaf naar Het Nationale Ballet

1974: Hauser Orkater ( = Orkest plus Theater) brengt Op avontuur

1975: Eerste editie van het Festival of Fools

1978: Sinfonietta van Jiri Kylian: internationaal danssucces

1979: Nieuwe media, concepten en werkwijzen in de Nederlandse dans

1980: De komiek van Freek de Jonge: cabaret in verhaalvorm

1980: Poppenspeler Jozef van den Berg op het Holland Festival

1982: Baal speelt Judith Herzbergs Leedvermaak

1986: Opera-apotheose aan de Amstel

1987: Gerardjan Rijnders baart opzien met ‘zaptoneel’: Bakeliet

1989: Hollandia speelt Prometheus in een autosloperij

1990: Oprichting van Comedytrain

Opdracht:

Je krijgt van je docent 1 van bovenstaande onderwerpen toegewezen. Met 2 of 3 klasgenoten vorm je een groepje waarmee je gezamenlijk een korte presentatie voorbereidt over het onderwerp. In de presentatie (van ongeveer 5 minuten) leg je de gebeurtenis uit en probeer je de gebeurtenis te koppelen aan het thema helden (bijvoorbeeld: Heeft de gebeurtenis geleid tot een vernieuwing in het theater? Is het theaterstuk een ode aan een persoon of gebeurtenis? Heeft de gebeurtenis een bijzonder effect teweeggebracht bij het publiek?).

Muziek

 

'De helden in mijn leven hebben nooit een cape gedragen. Ze hebben geen röntgenvisie, vliegen niet met onzichtbare vliegtuigen, of springen van hoge gebouwen. Het zijn gewone mensen waarvan de inzet, mededogen en help aan anderen dienen als een voorbeeld van de mensheid'. Ronald Franssen

Onderschat nooit de impact die jouw vriendelijkheid heeft op een ander mens, ook als ze je niet  bedanken.

Als je helden in je leven hebt, waarom dan niet de tijd nemen om ze te bedanken?

We hebben een lange lijst pop, rock en country hits om mee te beginnen.

Ga naar:

https://spinditty.com/playlists/Songs-About-Heroes

Opdracht  1:

Maak een keuze uit 3 verschillende songs uit de lijst van 44 songs:

  1. Geef een korte samenvatting van de tekst

  2. Geef de opbouw van de song (intro, couplet, refrein, bridge, solo, outro) 

  3. Beschrijf het verband tussen beeld en tekst

  4. Geef 3 concrete voorbeelden uit de videoclip (met tijdsaanduiding) waaruit dat blijkt.

  5. Tot welke stijl van muziek behoort het voorbeeld?

  6. Geef je eigen mening over de gekozen voorbeelden en geef daarbij argumenten 

Opdracht   2:

Wat is jouw favoriete song over helden (in de breedste betekenis. Denk aan roem, bewondering, respect...)? Omschrijf waarom

je deze muziek zo waardeert.

Opdracht    3:

Wie is jouw held? Schrijf een ode, ballade of serenade voor deze persoon.

'You're so fucking special'

Radiohead Creep 1993

album: Pablo Honey