RETOUR AU PASSḖE

Deze periode duiken we in de wereld van de film. Het doel is om je kennis te laten maken met zoveel mogelijk filmgenres en filmtechnieken. Vervolgens ga je zelf aan de slag met het maken van een storyboard en een film.

Er is veel gebeurd sinds het ontstaan van de eerste film. Er werd steeds meer geëxperimenteerd waardoor steeds meer mogelijk werd. Van een 'stomme film' tot virtual reality. Toch blijven alle filmfases en -genres hun charme houden.

 

Opdracht 1:

a) Welke filmgenres ken jij?

b) Wat is de oudste film die jij ooit gezien hebt, buiten deze CKV lessen om?

c) Ga eens na wat jouw drie laatst bekeken films zijn. Waarom vond je deze films leuk? Zijn de films allemaal van hetzelfde filmgenre?

Wissel je mening en ervaringen uit met je klasgenoten.

 

Na deze introductie zullen we stap voor stap de onderdelen in een filmproductie doorlopen, zodat je straks weet waar je allemaal op moet letten bij het maken van je eigen film. Opdracht twee t/m vier mag je in tweetallen maken. 

 

 

 

 

 

 

 

Klassieke verhaalopbouw

Een regisseur is verantwoordelijk voor het maken van een film. Bij het opstellen van een filmconcept zijn er veel keuzes die hij of zij moeten maken. Als je al aardig wat films in je leven hebt gezien, weet je dat een gemiddelde film ongeveer anderhalf tot twee uur duurt. Ook weet je dat in de laatste minuten de ontknoping volgt. De vragen die je jezelf tijdens de film hebt gesteld, worden dan allemaal beantwoord.

Veel films volgen dezelfde verhaallijn. Natuurlijk is elk verhaal anders. Maar of het nu om een romantisch of een avontuurlijk verhaal gaat, al sinds de klassieke oudheid wordt elk verhaal volgens steeds dezelfde 5 stappen verteld:

1.           De introductie en uitleg situatie (5 W’s): de personages worden één voor één voorgesteld.

2.           Het probleem

3.           Reactie van de hoofdpersonen op het probleem

4.           De climax

5.           Het einde

Wanneer de regisseur het verhaal aan de hand van bovenstaande punten in grote lijnen heeft uitgestippeld, kan er meer gekeken worden naar de details.

De 5 W's

Als je het begin van een film mist, mis je veel cruciale informatie. Bij stap 1 van de klassieke verhaalstructuur wordt duidelijk gemaakt waarover de rest van het verhaal zal gaan. Dat gebeurt via de 5 W’s. De informatie over Wie doet Wat Waar Wanneer en Waarom (5 W’s) is bedoeld om je al in het eerste kwartier volledig in het filmverhaal te trekken. Kijk maar eens naar de opening scene van de film 'The Lion King'. 

1.           de personages (Wie)

2.           de gebeurtenissen (Wat)

3.           de locaties (Waar)

4.           de tijd waarin het verhaal zich afspeelt (Wanneer)

5.           de drijfveren van de personages (Waarom)

De filmacteurs bedenken dit alles uiteraard niet ter plekke. Het filmverhaal is van te voren uitgewerkt in een script. Hier worden niet alleen de teksten van de acteurs beschreven, maar de gehele situatie. Op de website www.dailyscript.com/movie vindt je gratis filmscripts. Neem hier maar eens een kijkje.

 

Opdracht 2: maak een kort script waarin je stap 1 van de klassieke verhaalstructuur beschrijft. Geef je korte film een titel en beschrijf de personages. Zorg dat je script alle 5 W's bevat en uit minimaal 30 regels bestaat.

Een art director film/televisie ontwerpt op basis van het script de gehele vormgeving (stijl, kleuring, locaties en tijdsbeeld) van een film, televisieserie of commercial. Werkt nauw samen met de regisseur en gespecialiseerde ontwerpers om de coherentie in de vormgeving te bewaken. Voorbeelden van werkzaamheden zijn: bestudeert het script en het scenario, maakt schetsen en constructietekeningen, doet kleuren- en locatieonderzoek, adviseert over decors en rekwisieten, adviseert de regisseur, overlegt met de regisseur, ontwerpers en film- en televisiemedewerkers, maakt prijsopgaven en stelt tijdsplanningen op. Als de plannen zijn gemaakt, kan het filmen beginnen!

Camera technieken

Een filmcamera kun je op verschillende manieren gebruiken. Hierdoor kan een regisseur een verhaal op verschillende manieren in beeld brengen. Bij het filmen begin je altijd met het opnemen van een shot. Een shot is één korte of lange filmopname waarin niet gemonteerd is. Een scène is een serie aan elkaar geplakte shots die bij elkaar horen in plaats, tijd en handeling. Per shot kan een regisseur diverse keuzes maken in kader, standpunt en camerabewegingen. De eerste twee begrippen zijn tijdens het thema 'Helden' ter sprake gekomen. Het begrip camerabewegingen spreekt voor zich. Het kan, samen met bepaalde standpunten, verschillende beelden aan de kijker geven die diverse effecten kunnen hebben, waaronder onder andere spanning, dreiging, onderdanigheid of nieuwsgierigheid. Hieronder een aantal technieken voor camerabewegingen:

  • Pan: camerabeeld draait van links naar rechts of andersom, bijvoorbeeld als het beeld van ene cowboy naar andere cowboy ‘glijdt’, waardoor je ziet welke afstand zich tussen de twee bevindt.

  • Tilt: camerabeeld kantelt van hoog naar lag of andersom, bijvoorbeeld om een hoog gebouw vanaf de grond tot het dak te tonen, waardoor je ziet hoe indrukwekkend groot het bouwwerk is.

  • Dolly: camera rijdt (op rails0 met het object mee, bijvoorbeeld om twee personages tijdens een wandeling te volgen, waardoor het lijkt alsof je meeloopt.

  • Crane: camera zweeft van hoog naar laag of andersom, bijvoorbeeld over het publiek tijdens een concert.

  • Hand-held: camera wordt op de schouder meegedragen, bijvoorbeeld tijdens een scène aan het front in een oorlogsfilm, waardoor de gebeurtenissen ‘realistischer’ overkomen.

Voordat men de scenes gaat schieten, is het noodzakelijk om een storyboard te maken. Een storyboard is een overzicht van uitgewerkte shots van scenes uit een filmscript volgens het idee van de regisseur. Het is opgebouwd uit tekeningen die de scene verbeelden, zodat de filmcrew zich kan voorstellen wat de regisseur op het grote bioscoopscherm wil vertonen. Maar het storyboard bestaat niet alleen uit tekeningen; alle beslissingen rondom kader, standpunten en camerabewegingen worden in een storyboard duidelijk gemaakt. Daarnaast bevat het vaak informatie over de personages, de situatie en geeft het de duur van een shot weer.

Opdracht 3: maak een storyboard bestaande uit minimaal zes shots. Verzin een nieuwe scene of gebruik de scene van opdracht 2.

Montage

Nadat alle opnames achter de rug zijn, worden de gefilmde shots uitgezocht, op lengte geknipt en in de juiste volgorde geplakt. Deze techniek heet de montage. De regisseur en zijn editor – degene die monteert- kiezen voor een bepaalde manier van monteren. Bij het monteren letten zij op:

  • Het tempo waarin de shots elkaar opvolgen.

  • De samenhang tussen de uitgezochte shot

  • De manier waarop de shots aan elkaar geplakt zijn. Hiervoor bestaan verschillende mogelijkheden:

  1. Een , een harde overgang;

  2. Een , een invloeier: het langzaam opkomen van een beeld uit een zwart beeld;

  3. Een , een uitvloeier: het langzaam verdwijnen van een beeld in een zwart beeld;

  4. Een , een overvloeier: twee beelden gaan in elkaar over, waarbij het eerste verdwijnt met een fade-out en het tweede verschijnt met een fade-in;

  5. Een , het eerste beeld wordt ‘weggeveegd’ door het tweede beeld.

Daarnaast zijn er nog vele technieken en aandachtspunten tijdens de montage van een film, maar deze laten we voor lief.

Opdracht 4: Voeg montage technieken toe aan je storyboard van opdracht 3.

Je bent klaar voor de PO opdracht. Ga van start met je eigen film en houdt bovenstaande informatie in je achterhoofd! Succes!

film Reels
storyboard Sketch